Ensemble van zes Louis XV fauteuils à la Reine
Periode: ca. 1745
Afmetingen: H 107 L 73 W 68,5 cm
Materiaal: gesculpteerd beukenhout
Een ensemble van zes zeer grote fauteuils met rechte rug, ook wel à la Reine genoemd. De
stoelen zijn symmetrisch opgebouwd maar de ornamentiek getuigt van een zuivere Louis
XV-stijl die zich uit in een zwierige elegantie die nergens bombastisch aandoet maar een
krachtig en vloeiend geheel vormt. Het krachtige en diepe sculpteerwerk maakt duidelijk
dat deze fauteuils door een zeer artistieke en kundige menuisier zijn gemaakt. De
combinatie van de gebruikte ornamentiek samen met de kwaliteit van het snijwerk maakt
dat deze fauteuils kunnen worden toegeschreven aan de Parijse menuisier Jean Gourdin
(ca. 1690-1764).
Jean Gourdin, beter bekend als Gourdin père, was een vooraanstaand menuisier die tussen
1737 en 1763 in Parijs actief was. Gevestigd in de rue de Clery, produceerde hij
zitmeubelen van zeer hoge kwaliteit, met weelderige lijnen en overvloedige en zeer fijne
gebeeldhouwde decoratie. Deze onmiskenbare klasse is ook terug te vinden in het oeuvre
van zijn twee zonen Jean-Baptiste en Michel. Volgens de overlevering koos hij de
vermelding "Père" in zijn estampile, om zijn eigen superieure productie te onderscheiden
van die van zijn zonen. Het is echter veel waarschijnlijker dat deze vermelding alleen werd
aangebracht om de drie familiemerken te onderscheiden toen zijn zoon Jean Baptiste in
1748 meester werd. Gourdin was werkzaam tot 1763 en stierf een jaar later.
De benaming “Fauteuil à la Reine” verscheen in de eerste helft van de 18e eeuw. Dit type
fauteuil werd kwam in de mode door koningin Marie Leczinska (1703 – 1768), echtgenote
van Lodewijk XV. De fauteuil à la Reine is een zitmeubel in Lodewijk XV- en Lodewijk
XVI-stijl dat wordt gekenmerkt door zijn platte rugleuning waardoor hij ideaal langs een
muur kon staan. Dit model verschilt van de converteerbare fauteuil, welke een concave
achterkant en een lichtere structuur heeft, waardoor hij naar wens door de kamer geplaatst
en verplaatst kan worden. Door hun forse afmetingen waren de fauteuils à la Reine niet
bedoeld om te verplaatsen maar hadden zij een vaste plaats in de ruimte.
De fauteuil à la Reine was ontworpen om te passen bij de vrouwelijke contouren, zodat
dames gemakkelijker konden zitten met hun ruime jurken: meer open armleuningen,
gebogen armleuningmanchetten, verbrede zitting, gewatteerde wangen en rugleuning voor
meer comfort.