Franse gemonteerde Régence inktpot in de vorm van een pad
Periode: ca. 1725
Afmetingen: H 13,5 L 17,5 W 14,5 cm
Materiaal: Chinees Kangxi porselein, verguld brons
Een gemonteerde inktpot, gemaakt van een Chinees porseleinen pad met turquoise-
aubergine glazuur uit de Kangxi-periode (1661-1722), en gevat in Franse verguld bronzen
monturen uit de Régence periode. De porseleinen pad is geplaatst op een cartouchevormig
basement waarop ornamentjes in de vorm van schelpen, hagedisjes, bladeren en
salamanders geplaatst zijn, alsof de pad zich in zijn normale habitat bevindt. Op zijn rug is
een verguld bronzen montuur met deksel geplaatst waarop dezelfde ornamentjes
terugkeren. Onder het deksel bevindt zich de houder voor het glazen inktpotje. Vanuit het
inktpotje lopen aan beide zijden van de buik van de pad nog bloemvormige appliques naar
beneden.
In China wordt de pad gezien als een symbool van een lang leven en rijkdom, en wordt hij
beschouwd als een veelbelovend voorteken. Deze turquoise pad werd niet geboren als
inktpot, maar was oorspronkelijk gemaakt als penselenspoeler, hetgeen in China een
normaal product was dat werd gebruikt bij kaligrafie. In Europa echter, gebruikte men
geen penselen maar schreef men met ganzenveerpennen. De praktijk van het monteren van
porselein uit het Verre Oosten met metaal werd in Europa in ieder geval tegen het einde
van de 14e eeuw ingevoerd. Aziatisch porselein werd als exotisch en zeldzaam beschouwd;
en net als andere kostbare voorwerpen, zoals die gemaakt van halfedelstenen, bergkristal
of porfier, betekende het gebruik van monturen in zilver, verguld zilver en soms goud de
belangrijke status van Chinees porselein. Het gebruik van rijke materialen voor de montage
versterkte de kostbaarheid van het object dat het omlijstte.
Puur praktisch gezien bood de toevoeging van metalen steunen bescherming voor de
kwetsbare porseleinen behuizing. Rond 1700 werd kostbaar porselein minder vaak
opgesloten in rariteitenkabinetten en ontstond het als decoratie voor hele kamers. Ook in
het achttiende-eeuwse Frankrijk waren er intiemere en kleinere kamers en werd de import
van Chinees porselein toegankelijker. De smaak voor gemonteerd porselein werd daarom
ten volle uitgebuit door de Parijse marchand-merciers zoals Lazare Duvaux (1703-1758)
en Thomas-Joachim Hebert (1687-1773), die zowel de adel als de rijken in Frankrijk en de
modieuze hoven van Frankrijk bevoorraadden.
Een van de meest lucratieve aspecten van hun activiteit was het verrijken van Aziatisch
porselein met verguld brons, waardoor een soort object ontstond dat in Parijs zeer in de
mode raakte. Uitgerust met verguld bronzen beslag werden exotische porseleinen stukken
aangepast aan een Europese esthetiek. Soms leidde dit ertoe dat porselein uit zijn
oorspronkelijke context werd gehaald en letterlijk werd getransformeerd: twee kommen
werden bijvoorbeeld een potpourri, of een pot met deksel werd een vaas. Aziatisch
porselein werd soms zelfs vermengd met Meissen- of Vincennes-porselein om
spectaculaire nieuwe objecten te creëren, zoals extravagante klokken. De marchands-
merciers waren over het algemeen verantwoordelijk voor de toepassing van de vergulde
bronzen monturen, die op maat moesten worden gemaakt. De ambachtslieden die in dienst
van deze handelaars werkten, zoals Jean-Claude Chambellan, bekend als Duplessis (1695
-1774), vertrouwden op vindingrijkheid en virtuositeit om de meest gewilde objecten te
produceren. Bij de belangrijkste en meest bijzondere stukken waren de marchands-
merciers vaak zelf direct betrokken bij het uiteindelijke ontwerp van het stuk.
In Frankrijk was het vroege blauw-wit porselein aanvankelijk het meest populair om te
monteren. Tegen het begin van 18e eeuw veranderde de smaak geleidelijk en kregen
objecten uitgevoerd in celadon en andere monochromen langzaam de voorkeur voor
montage.
Provenance:
Galerie J. Kugel, 1997
Privecollectie, Amsterdam